Portret – Elke dag een ode aan de straat

Wat ontstaat er als tijdelijkheid de ruimte krijgt in een straat in transitie? Deze portrettenreeks belicht de betrokkenen bij Pension Almonde. Dit keer: bewoner Gilbert van Drunen.

Donderdagochtend. 8.20 uur. Snel trekt Gilbert van Drunen een overhemd aan, schuift de lamellen open. Een streep licht trekt door de kamer die nog een beetje naar slaap ruikt. De meubels worden er zichtbaar door: een tweepersoonsbed met het dekbed verfomfaaid in het midden, twee fauteuils, waarvan er op eentje kleding ligt. Een tv-meubel zonder tv maar vol met boeken, nog meer boeken op de eettafel naast vele enveloppen en tekenvellen. Aan de spiegelwand hangen vele schetsen. “Zo, m’n kostuum aan”, praat hij voor zich uit, terwijl hij zijn rode hoedje opzet en enkele pillen uit verschillende potjes neemt: “En wat pillen tegen de gekte”.

Het werk van Gilbert van Drunen is al net zo’n veelvoud van artistieke uitingen als zijn huis en zijn hoofd. “Ja wat doe ik? Tjee. Ik teken, ik dicht, ik schrijf, ik heb een bedrijf Koffie & Ambacht – samen met mijn vrouw – een wijnbar c.q. concertpodium. Daar hangt ook mijn kunstcollectie; The Kill & Ignore Me Art Collection. Nu ik hier ben, doe ik weer andere dingen. Ik kan hier geen eenduidig antwoord op geven, behalve dat ik mens ben.”

De huiskamer van Gilbert met het tv meubel zonder tv. Foto: Frank Hanswijk

Briefje

“Hoe laat is het?” 8.27 uur. Kan hij nog precies zijn tanden even poetsen. Drie weken geleden hing hij een briefje op het prikbord in de gemeenschappelijke woonkamer van Pension Almonde: “Ik denk dat ik vanaf nu elke dag om 8.30 uur een gedicht voordraag.” Zo is het. Stipt om half 9 opent hij de deur, stapt het balkon op en draagt voor:

voor het onweer hangt de lucht
lomp afwachtend wat rond
dan plots die ontlading
weerlicht
even wachten
en dan het gedonder
in de glazen
een reünie is voor mongolen
die de lol van het vergeten niet zien
repeteren is voor debielen
die de kracht van de fantasie ontberen
en hopen dat ze door het maken van strafwerk
sprookjes kunnen verzinnen
komt toch lieve jongen
we hebben je zo gemist
kom lieve jongen
zometeen wordt je nog nat
kom lieve jongen
binnen wacht je familie met alzheimer koek
kom lieve jongen
Donar is alweer verdwenen
de zon schijnt
het is november
en je moeder schrijft alweer
haar eerste sinterklaas gedicht

Gilbert draagt voor aan een lege straat. Foto: Frank Hanswijk

Er is geen publiek. “Ook mooi. Alles bij elkaar zijn er 7 mensen geweest in 20 dagen. Maar daar gaat het niet over. Voor een volslagen lege straat draag ik ook graag voor.” Waar het dan wel over gaat? “God. Vraag een bergbeklimmer waarom hij bergen beklimt. Omdat ze er zijn! Het balkon is er! Een podium. Daar moet ik iets mee doen.”

Sinds 1 januari woont hij in Pension Almonde. “Mijn vrouw heeft me eruit gezet. Het was even nodig, geloof me. Via een vriend kwam ik hier terecht.” Omdat het niet makkelijk is om op korte termijn een betaalbare huurwoning te vinden in Rotterdam, vallen mensen in een situatie als die van Gilbert – en de vele andere situaties van de bewoners  – soms tussen wal en schip. Het pension is er voor deze mensen. Hiermee zet Stichting Stad in de Maak zich in voor een sociaal inclusieve stad. “Ik woon hier tijdelijk. Hoe lang, dat hangt van mijn vrouw af.”

Ja zeggen

“Ken je Robert Hughes, de bekendste kunstcriticus van de vorige eeuw? In zijn boek zit een scene over de Aboriginals die zitten te vissen in de baai. Dan komt het schip van ontdekkingsreiziger Cook de hoek om varen. Ze hebben nog nooit zo’n groot schip gezien. Toch rennen ze niet weg. Zo sta ik ook in het leven als kunstenaar. Ook nu ik hier woon, in dit pension. Je beweegt jezelf toe naar een situatie die je niet kent. Anders heeft het geen zin. Ik ben gewoon een enthousiasteling. Ik zeg overal ja op.”

Ondertussen maakt hij havermout. Met sojamelk. “Hipster is als 53-jarige man het grootste compliment dat ik kan krijgen.” Hij pakt zijn tas in. Vellen papier. Een map met de titel ‘Het beest dat verslaving heet’. “Moet ik dat zeggen? Ach, wat maakt het ook uit. Ik was verslaafd. Aan crack. Sinds ik hier woon, ben ik cold turkey gestopt. Vier dagen in de week ga ik naar rehab, waar ik intensieve groepstherapie volg.”

“Ik denk vaak dat ik het niet goed heb begrepen. Ik zie het leven als een melkpak. Iedereen wist vroeger hoe je zo’n melkpak met van die flappen open moest maken. Er was een handigheidje om de flappen naar achteren te duwen. Ik kon dat niet. Zo is het ook een beetje met het leven. En als je ondertussen overal ‘ja’ tegen blijft zeggen, kom je blijkbaar in de rehab. Ook daar zeg ik ja tegen. En nee tegen drugs? Ben je gek! Ik zeg: ‘Ja’ dit wil ik niet meer. Ik heb een dochter van 11!”

De afbeelding van het Facebookevenement waarin Gilbert zijn dagelijkse voordracht aankondigt.

Vergetelheid

“Als het zou kunnen, zou ik nog wel meer betrokken willen zijn bij de community. Maar afkicken is intensief. Dat gedicht doe ik dan wel, elke ochtend. Ik heb er lol in. Ook met het maken van de aankondiging op Facebook. Een foto van mijn balkon met allemaal helden die in de vergetelheid zijn geraakt.” Hij noemt hun namen: dichter Johnny van Doorn, W.H. Auden, personage Barend Servet, actrice Willeke van Ammelrooy en natuurlijk Salman Rushdie, volgens Gilbert de beste schrijver van deze tijd. Enthousiast wijdt hij uit over deze helden en de film Grosse Freiheit. “Ken je die? Móet je zien! Die is met geld van de nazi’s gemaakt. Niet te geloven!” Dan, opeens met overtuigende focus: “Je weet dat ik om 9 uur de deur uit moet he?”